Nieuws

  • Nieuw btw-identificatienummer en handel in de EU 10 oktober 2019

    Nieuw btw-identificatienummer en handel in de EU

    Drijft u ook handel in de Europese Unie? In dat geval is het nieuwe identificatienummer vanaf 1 januari 2020 te verifiëren in het uitwisselingssysteem voor btw-informatie (VIES). Dit is met name van belang voor de btw-teruggaaf uit andere EU-lidstaten. Hoe werkt dit?

    Voor de btw-teruggaaf uit andere EU-landen blijft u (of uw adviseur) inloggen met uw huidige gebruikersnaam op het portaal op belastingdienst.nl/eubtw. Uw huidige gebruikersnaam is uw omzetbelastingnummer met daarvoor ‘NL’. De Belastingdienst geeft uw nieuwe btw-id door aan de EU-belastingdiensten, waarbij u verzoekt om btw-teruggaaf.

  • Nieuw btw-identificatienummer 10 oktober 2019

    Nieuw btw-identificatienummer

    Vanaf vandaag stuurt de Belastingdienst eenmanszaken het nieuwe btw-identificatienummer (het btw-id) toe, dat vanaf 1 januari 2020 geldig is. Het is een persoonlijk, uniek nummer dat net als het huidige nummer bestaat uit: NL – negen cijfers – B – twee cijfers. Dit nummer vervangt het bestaande id-nummer, maar dan zonder dat daarin het burgerservicenummer (BSN) is verwerkt. Daardoor is het id-nummer minder gevoelig voor identiteitsfraude. Het nieuwe id-nummer moet u volgend jaar gebruiken voor al uw contacten met klanten en leveranciers. Zorg dat u uw facturen, website en andere communicatiemiddelen tijdig aanpast, zodat u vanaf 1 januari a.s. het nieuwe btw-id kunt gebruiken. Ook is het van belang dat u het nieuwe id-nummer doorgeeft aan uw adviseur, zodat hij/zij dit kan aanpassen in zijn/haar software en administratie.

  • Inventariseer tijdelijke contracten 3 oktober 2019

    Inventariseer tijdelijke contracten

    De nieuwe regels van de Wet arbeidsmarkt in balans hebben op 1 januari 2020 onmiddellijke werking. Dit heeft met name gevolgen voor bestaande tijdelijke contracten die u nog kunt verlengen en mogelijk doorlopen na 2020. Want wat moet u deze medewerkers aanbieden? Dat hangt heel erg af van de duur van de vorige arbeidsovereenkomst(en). Als u in 2019 de 2 jaar overschrijdt, zal er alsnog een contract voor onbepaalde tijd ontstaan. De bestaande ketenregeling schrijft immers voor dat u maximaal 3 tijdelijke arbeidscontracten gedurende maximaal 2 jaar mag aanbieden. Maar overschrijdt u pas in 2020 de 2 jaar, dan is er niets aan de hand. Op dat moment geldt namelijk dat u gedurende 3 jaar 3 tijdelijke arbeidscontracten mag aanbieden. U kunt dus dit jaar al profijt hebben van de nieuwe wetgeving. Om te bepalen of dat zo is, doet u er verstandig aan om de bestaande tijdelijke contracten te (laten) inventariseren.

  • Maximale uurprijzen kinderopvang in 2020 omhoog 3 oktober 2019

    Maximale uurprijzen kinderopvang in 2020 omhoog

    In 2020 gaan de maximale uurprijzen omhoog waarvoor u kinderopvangtoeslag kunt ontvangen. De maximale uurprijs voor dagopvang wordt € 8,17 (in 2019: € 8,02), voor buitenschoolse opvang € 7,02 (in 2019: € 6,89) en voor gastouderopvang € 6,27 (in 2019: € 6,15). Per kind kunt u voor maximaal 230 uur per maand kinderopvangtoeslag krijgen. Ook het toetsingsinkomen wordt verhoogd. Vanaf een inkomen van € 126.832 (in 2019: € 123.920) ontvangt u 33,3% van de opvangkosten voor het eerste kind. Dit percentage loopt bij een lager toetsingsinkomen op tot 96% bij een inkomen van € 25.188 of minder.

  • Minder en later verlaging Vpb-tarieven 26 september 2019

    Minder en later verlaging Vpb-tarieven

    De tarieven van de vennootschapsbelasting (Vpb) gaan minder snel en later omlaag dan vorig jaar bij de Belastingplannen was besloten. Het 20%-tarief voor belastbare winst tot € 200.000 gaat volgend jaar wel naar 16,5% (en in 2021 naar 15%), maar het 25%-tarief voor belastbare winst boven € 200.000 gaat niet volgend jaar maar pas in 2021 omlaag. Bovendien gaat dit tarief dan niet naar 20,5% maar naar 21,7%. Desondanks blijft het interessant om winst uit te stellen. Dat kan bijvoorbeeld door het vormen van een voorziening groot onderhoud of een garantievoorziening.

  • Verhoging vrije ruimte en andere maatregelen in de werkkostenregeling 26 september 2019

    Verhoging vrije ruimte en andere maatregelen in de werkkostenregeling

    De vrije ruimte wordt volgend jaar verruimd. U berekent de vrije ruimte dan als volgt: 1,7% van de loonsom tot € 400.000 plus 1,2% van de resterende loonsom. Door deze maatregel heeft u maximaal € 2.000 meer vrije ruimte. Daarnaast komt er een gerichte vrijstelling voor vergoedingen voor de kosten van Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG). Maar er is meer. Er wordt namelijk ook voorgesteld om u meer tijd te geven om vast te stellen of u boven de vrije ruimte uitkomt. Als u eindheffing moet betalen, moet dit uiterlijk plaatsvinden bij de aangifte over het eerste loontijdvak. Vanaf 2020 mag dat ook bij de aangifte over het tweede loontijdvak.