070 - 31 31 000 info@vastrecht.com

Tips voor de ondernemer

Speciale spelregels voor specifieke bedrijfsruimtes

Huurt u een bedrijfsruimte waarin u bijvoorbeeld een restaurant of een winkel exploiteert? Op de verhuur van dergelijke panden zijn specifieke regels van toepassing. Deze regels gelden voor alle panden die publiek toegankelijk zijn en waar een product of een dienst direct wordt geleverd. Zo heeft een huurovereenkomst van een dergelijk pand in beginsel een huurtermijn van tweemaal 5 jaar. U en de verhuurder kunnen er ook voor kiezen om een huurovereenkomst aan te gaan voor een periode van maximaal 2 jaar. Heeft het gebruik van de overeenkomst langer dan 2 jaar geduurd? Dan geldt van rechtswege een overeenkomst voor 5 jaar.
Van deze regels kan niet – zonder tussenkomst van de kantonrechter – in uw nadeel worden afgeweken. Zijn u en de verhuurder toch een overeenkomst aangegaan voor de duur van 3 jaar? Dan kunt u als huurder deze bepaling vernietigen. Dit moet u wel binnen 3 jaar doen. Als u deze bepaling niet vernietigt, is de bepaling geldig. De verhuurder heeft geen mogelijkheid om een bepaling waaruit blijkt dat er een huurtermijn van 3 jaar is overeengekomen te vernietigen.

Tijdig aan- of afmelden voor de KOR

Bent u een kleine ondernemer met een jaaromzet die niet hoger is dan € 20.000 (exclusief btw) per kalenderjaar? In dat geval kunt u gebruikmaken van de kleineondernemersregeling (KOR). U bent dan vrijgesteld van btw. Dat betekent minder administratieve rompslomp, want u hoeft geen btw te berekenen aan uw afnemers en in beginsel geen btw-aangifte te doen. Daar staat wel tegenover dat u ook geen aftrek hebt van btw die aan u in rekening is gebracht.

KOR niet altijd voordelig
De KOR hoeft niet altijd voordelig te zijn. Dat is het geval als u nu bijvoorbeeld meer btw in aftrek kunt brengen dan u in rekening brengt aan uw klanten of wanneer u afnemers heeft die belang hebben bij btw-aftrek. Ook is de KOR nadelig als u heeft geïnvesteerd in onroerende en/of roerende zaken, waarop wordt afgeschreven en waarvan na het jaar van aanschaf en ingebruikname nog een herzieningsperiode loopt van respectievelijk 9 en 4 jaar. In die periode moet u aan ieder jaar respectievelijk 1/10e (bij onroerende zaken) en 1/5e (bij roerende zaken) gedeelte van de bij aanschaf betaalde btw toerekenen. Vervolgens moet u aan het einde van ieder jaar beoordelen in hoeverre u recht hebt op aftrek van dat gedeelte van de btw. Dat hangt af van de mate waarin u dat jaar belaste of vrijgestelde prestaties verricht. Alleen voor zover u belaste prestaties hebt verricht, komt u in aanmerking voor btw-aftrek. Als u kiest voor toepassing van de KOR wordt u geacht van btw te zijn vrijgesteld en hebt u geen btw-aftrekrecht. Blijkt uit de herzieningsberekening dat u meer dan € 500 te veel in aftrek heeft gebracht, dan moet u deze herzienings-btw aangeven in de btw-aangifte van het laatste tijdvak van het boekjaar. Minder dan € 500 herzienings-btw wordt u niet alsnog verschuldigd. De terugbetaling van herzienings-btw kan dus aanleiding zijn om niet voor de KOR te kiezen.

Tijdig aan- of afmelden
Wilt u zich aan- of juist afmelden voor de KOR per 1 januari 2024, doe dit dan in ieder geval uiterlijk vóór 2 december 2023. U kunt zich afmelden met het speciale afmeldformulier van de Belastingdienst. Meldt u zich niet tijdig af, dan zit u in beginsel 3 jaar vast aan de KOR. Hebt u zich tijdig afgemeld, dan kunt u daarna 3 jaar geen gebruik maken van de KOR.
Ook voor het aanmelden voor de KOR is een speciaal aanmeldformulier beschikbaar. Aanmelden kan bijvoorbeeld ook interessant zijn voor stichtingen of verenigingen met geringe ondernemingsactiviteiten en een jaaromzet van minder dan € 20.000.

Let op
Komt u in het kalenderjaar met uw omzet boven de omzetgrens van € 20.000, dan moet u zich direct afmelden voor de KOR. Hierbij telt u niet mee de omzet aan btw-vrijgestelde diensten, maar bijvoorbeeld wel de omzet van leveringen aan buitenlandse afnemers, waarop u het 0%-tarief hebt toegepast. Na het afmelden valt uw (overige) omzet in de btw-heffing. U moet dan btw afdragen en btw-aangifte doen. Dat geldt ook al voor de levering of dienst, waarmee u de omzetgrens hebt overschreden. U krijgt dan ook weer aftrekrecht voor zover u belaste leveringen en diensten verricht.

Voorkom aansprakelijkheid na uittreden vof

Bent u firmant in een vennootschap onder firma (vof)? Weet dan dat deze contractuele samenwerking vergaande gevolgen kan hebben – ook nadat u bent uitgetreden. Wanneer u uit een vof treedt, bent u daarmee namelijk niet zonder meer ook van alle verplichtingen af. Let daarom op welke verplichtingen u als firmant bent aangegaan in overeenkomsten die ook na uw uittreden nog doorlopen. Als u die verplichtingen wilt voorkomen, kunt u aan uw contractpartij vragen om u te ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Gebeurt dit niet, dan draait u als uittredende firmant mede op voor de gevolgen.
Dit bleek recent maar weer eens in een zaak, waarbij het ging om de aansprakelijkheid voor een huurschuld die na het uittreden van een firmant was ontstaan. Heeft de uitgetreden firmant destijds samen met zijn of haar medefirmant de huurovereenkomst ondertekend (waarin is bepaald dat beiden zich tot de einddatum van de overeenkomst hebben verbonden), dan kunnen zij ook beiden worden aangesproken op nakoming daarvan. De hoofdelijke aansprakelijkheid eindigt dus niet zonder meer door uit te treden als firmant of zelfs door ontbinding van de vennootschap.

Lease als alternatieve financiering

Bent u bezig om uw coronaschuld en/of andere schulden af te lossen? Dan merkt u dat ook in de mogelijkheden die u heeft om een financiering te krijgen als u wilt investeren. De financiers moeten bij de kredietbeoordeling de (vastgelegde) afspraken toetsen en meenemen in hun berekening van uw betalingscapaciteit. Met name de banken zijn kritisch in hun berekeningen van de financieringsmogelijkheden. U kunt dan alternatieve financieringsmogelijkheden overwegen. Hebt u plannen om te verduurzamen en wilt u investeren in zonnepanelen, accuopslag, elektrische voertuigen? Dan zou een lease-oplossing een goed alternatief kunnen zijn. Deze manier van financieren noemen we objectfinanciering. De mogelijkheden zijn in deze financieringsvorm groter, doordat de toetsing van de financieringsmogelijkheden ‘soepeler’ verloopt.

Langer soepel beleid bij saneringsakkoord

Het soepele saneringsbeleid van de Belastingdienst is verlengd tot 1 april 2024. Aanvankelijk zou dit beleid op 1 oktober jl. eindigen. Het soepele saneringsbeleid houdt in dat de Belastingdienst genoegen neemt met hetzelfde uitkeringspercentage als de overige schuldeisers. Normaliter krijgt de Belastingdienst bij een saneringsakkoord ten minste het dubbele van het uitkeringspercentage van de andere schuldeisers.
Sinds medio september is de Belastingdienst gestart met de invordering van openstaande coronabelastingschulden bij ondernemers. Het betreft de groep ondernemers die niet in actie is gekomen naar aanleiding van de verschillende campagnes en eerder verstuurde brieven. Een nieuwe groep ondernemers met structurele betalingsachterstanden heeft inmiddels een brief ontvangen met de mededeling dat de betalingsregeling wordt ingetrokken. Bedrijven die nog kampen met fiscale coronaschulden (en vaak ook nog andere schulden) ervaren steeds meer spanning tussen de Belastingdienst (meestal de Ontvanger) en hun onderneming (of hun adviseur).

Tip
Heeft u betalingsachterstand opgelopen, zorg er dan voor dat u inzicht krijgt in de financiële situatie van uw onderneming, zodat u weet waar u aan toe bent. Neem contact op met de Ontvanger van de Belastingdienst en speel open kaart. Nu de Belastingdienst langer met minder genoegen neemt, zijn uw overige schuldeisers mogelijk eerder bereid tot het sluiten van een akkoord.

Einde rentevastperiode in zicht – wat nu?

Loopt de rentevastperiode van uw rentecontract binnenkort af? In dat geval zult u zeer waarschijnlijk een nieuw rentevoorstel krijgen van uw financier. Dit voorstel ontvangt u op zijn vroegst twee maanden voor de einddatum. Houd dan rekening met een rente van 5,5% ‒ of nog veel hoger. In die situatie is het goed om concurrerende financiers en hun renteaanbod met elkaar te vergelijken. In de praktijk blijkt dat de verschillen behoorlijk groot zijn en al snel leiden tot duizenden euro’s renteverschil.
Om te voorkomen dat u zich onder druk gezet voelt, is het goed om inzichtelijk te hebben welke rentecontracten er zijn en welke looptijd deze contracten hebben. Zo kunt u vroegtijdig de cijfers in orde laten maken en contact laten leggen met andere financiers. Dat dit loont, blijkt wel uit de volgende situatie.

Tip
Vraag offertes op bij verschillende financiers en toets de actuele marktrente!

Loket Kifid open voor klachten kortlopend zakelijk krediet

Bent u een kleine ondernemer en wilt u (bijvoorbeeld vanwege de kosten) niet naar de rechter met een klacht over een kortlopend zakelijk krediet? Dan kunt u daarvoor sinds 1 oktober jl. ook terecht bij het klachteninstituut Kifid. U wordt aangemerkt als kleine ondernemer wanneer de jaaromzet van uw bedrijf niet meer bedraagt dan € 5 miljoen. Een kortlopend krediet bedraagt niet meer dan € 100.000 en heeft een looptijd van maximaal 1 jaar. De klachten die u aan het Kifid kunt voorleggen, hebben betrekking op kortlopende zakelijke kredieten die op of na 1 oktober 2023 zijn aangevraagd en waarvan de financiers de Gedragscode Kort Zakelijk Krediet van de Stichting MKB Financiering hebben ondertekend. U kunt bijvoorbeeld klagen over de wijziging van het rentetarief of als u vindt dat de financier het kortlopend krediet onrechtmatig opeist. U kunt bij het Kifid niet klagen over een afwijzing van een kredietaanvraag. Daar is de financier vrij in. Een klachtbehandeling kost € 250, in hoger beroep € 500.

Let op
Deze klachtenmogelijkheid bij het Kifid komt bij de al bestaande mogelijkheden voor een klacht over een alternatieve financiering en/of een erkend financieringsadvies.

Tips voor de DGA

Kan uw bv studiekosten vergoeden aan uw kind?

Een werkgever kan een kind van een werknemer een zelfstandig recht op een studietoelage toekennen. De toelage wordt dan belast bij het kind als loon uit (vroegere) dienstbetrekking van een ander. Vanwege de loonheffingskorting is uw kind dan tot € 8.314 geen loonheffing verschuldigd. Maar kan ook uw bv deze mogelijkheid benutten? De Belastingdienst heeft hierbij een voorbehoud gemaakt. Deze mogelijkheid heeft uw bv niet als u als dga namens uw bv overwegend op grond van de aandeelhoudersrelatie een studietoelage uitkeert aan uw kind. Dan kan de studiekostenvergoeding niet worden aangemerkt als loon uit een bestaande dienstbetrekking van een ander. Er zou dan sprake kunnen zijn van een winstuitdeling aan u als aandeelhouder, die bij u wordt belast in box 2. De studiekostenvergoeding zal mogelijk overwegend op grond van de aandeelhoudersrelatie worden uitgekeerd, als voor uw kind andere regels gelden dan in zakelijke verhoudingen. Bijvoorbeeld die voor andere werknemers.

Belastingrente ook bij teruggave 8%

Sinds 1 september 2023 is het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting (en bronbelasting) zowel voor te betalen als voor te vergoeden belastingrente 8% geworden. Tot 1 september jl. gold voor vergoede belastingrente nog een rentepercentage van 10,5%. Het onderscheid tussen vergoede en te betalen belastingrente is ontstaan doordat dit jaar de belastingrente niet volgens de gebruikelijke systematiek is verhoogd. Volgens deze systematiek zou de belastingrente de verhoging van de wettelijke rente voor handelstransacties moeten volgen. Dat zou een verhoging naar 10,5% betekenen. Maar daar is in elk geval tot 1 januari 2024 van afgezien. Het rentepercentage blijft voorlopig dus 8%. Dit percentage geldt nu dus ook bij een teruggave van vennootschapsbelasting.

Voorkom belastingrente
U kunt belastingrente in rekening gebracht krijgen als u vennootschapsbelasting moet bijbetalen. Dat kunt u voorkomen door een reële inschatting te (laten) maken van de verschuldigde vennootschapsbelasting. Doet uw bedrijf het beter dan u begin 2023 had verwacht en is de winst waarschijnlijk hoger. Verzoek dan om een aanvullende voorlopige aanslag.

Turboliquidatie wordt minder eenvoudig

Een rechtspersoon kan – onder voorwaarden – worden ontbonden zonder dat een vereffening hoeft plaats te vinden (de turboliquidatie). Dit kan betekenen dat een rechtspersoon van de ene op de andere dag is ontbonden en uitgeschreven. Dat kan vervelend uitpakken voor schuldeisers. Op 15 november 2023 treedt een nieuwe tijdelijke wet in werking die strengere eisen stelt aan turboliquidaties, waardoor schuldeisers beter worden beschermd. Hiermee verdwijnt het gemak en de snelheid waarmee een turboliquidatie nu nog kan worden uitgevoerd. De wet geldt in beginsel voor twee jaar, maar met een optie tot verlenging.

Strengere eisen
Een van de strengere eisen betreft de verplichting om financiële verantwoording af te leggen voor het bestuur van de rechtspersoon die door een turboliquidatie is geëindigd. Het bestuur moet binnen 14 dagen na de ontbinding een balans en een staat van baten en lasten deponeren bij de KvK. Deze balans moet betrekking hebben op het boekjaar waarin de rechtspersoon is ontbonden. Was de jaarrekening van het voorafgaande boekjaar nog niet gepubliceerd op het moment van ontbinding? In dat geval moet ook deze alsnog worden gedeponeerd. Verder moet van de volgende zaken een beschrijving worden gedeponeerd:

  • de oorzaak van het ontbreken van baten op het tijdstip van de ontbinding;
  • als er toch baten waren, moet worden beschreven hoe deze te gelde zijn gemaakt en hoe de opbrengsten zijn verdeeld; en
  • de redenen waarom schuldeisers onbetaald zijn gebleven.

Tot slot moet het bestuur van de ontbonden rechtspersoon aan de schuldeisers mededelen dat deze deponeringen zijn gedaan. De schuldeisers kunnen nu – indien nodig – actie ondernemen.

Bestuursverbod
Een andere aanvullende eis ziet op de situatie waarin schulden zijn achtergebleven na een turboliquidatie. Het Openbaar Ministerie (OM) kan de rechtbank verzoeken om een bestuursverbod op te leggen wanneer de bestuurder:

  • niet aan de deponeringsplicht heeft voldaan;
  • in aanloop van de ontbinding doelbewust een of meer schuldeisers aanmerkelijk heeft benadeeld, of
  • in de 2 jaren voorafgaand aan de ontbinding betrokken was bij een faillissement of turboliquidatie en hem daarvan een persoonlijk verwijt treft.

Dit bestuursverbod komt naast het bestuursverbod uit de Faillissementswet.

Tip
Wilt u nog af van uw lege bv(‘s)? Zorg er dan voor dat u vóór 15 november 2023 nog gebruikmaakt van de bestaande regels voor een turboliquidatie.

 

In deze uitgave is de stand van zaken in wet- en regelgeving verwerkt tot en met 10 oktober 2023. Hoewel ten aanzien van de inhoud de uiterste zorg is nagestreefd, kan niet volledig worden ingestaan voor eventuele (druk)fouten en onvolledigheden. De redactie, de uitgever en de verspreider sluiten bij deze de aansprakelijkheid hiervoor uit. Voor een toelichting kunt u altijd contact met ons opnemen.