Startpunten voor de DGA
Voorkom bijbetaling vennootschapsbelasting
Laat een reële inschatting maken van de verschuldigde vennootschapsbelasting in 2026, zodat de Belastingdienst niet een te lage voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting oplegt aan uw bv. Als uw bv na afloop van het jaar vennootschapsbelasting blijkt te moeten bijbetalen, loopt zij het risico daarover 7,5% (in 2025: 9%) belastingrente in rekening gebracht te krijgen. Laat ook controleren of uw bv over 2025 voldoende vennootschapsbelasting heeft betaald. Misschien heeft uw bv het beter gedaan dan u begin 2025 had verwacht en is de winst over 2025 toch hoger uitgevallen. Laat uw adviseur dan bij de Belastingdienst om een aanvullende voorlopige aanslag verzoeken.
Verhoging grensbedrag eerste tariefschijf
Box 2 kent twee tariefschijven. De eerste schijf met een tarief van 24,5% geldt vanaf 1 januari 2026 voor een box-2-inkomen (bijvoorbeeld dividenden of de winst bij verkoop van uw aanmerkelijkbelangaandelen) tot € 68.843 (in 2025: € 67.804). Heeft u een fiscaal partner? Dan geldt het lage box-2-tarief tot € 137.686 bij een gelijke verdeling tussen u en uw partner. Het tarief van de tweede schijf is 31%.
Benut tijdig overgangsrecht fonds voor gemene rekening
Een fonds voor gemene rekening (fgr) is een overeenkomst tussen meestal een beheerder van het fonds, een bewaarder van het fonds en participanten in het fonds. Die participanten brengen geld of vermogen in het fonds in, waarvoor zij participaties krijgen in het fonds. Het fonds belegt met het ingebrachte geld en vermogen. Voor elke participatie krijgt de participant een deel van de opbrengst van de beleggingen.
Tot 1 januari 2025 waren er twee soorten fondsen voor gemene rekening: een besloten fgr en een open fgr. Een besloten fonds was niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) en een open fgr was dat wel. Sinds vorig jaar is de definitie van een fgr gewijzigd. Daardoor kan het zijn dat een fgr dat tot en met 2024 niet zelfstandig belastingplichtig was voor de vennootschapsbelasting, kortstondig belastingplichtig wordt. Om dit te voorkomen kunnen deze fondsen ervoor kiezen om met ingang van 1 januari 2025 alsnog tijdelijk niet als fgr te worden aangemerkt. Dit geldt ook voor een fgr dat op of na 1 januari 2025 is opgericht. Alle participanten moeten hiermee uiterlijk 28 februari 2026 instemmen. Dit overgangsrecht voorkomt dat de betrokken fondsen in 2025 en 2026 slechts korte tijd zelfstandig belastingplichtig zijn. De overgangsregeling geldt tot uiterlijk 2028.
Gebruikelijk loon 2026
U moet als aanmerkelijkbelanghouder (5% of groter aandelenbelang) ten minste een gebruikelijk loon opnemen voor het werk dat u voor uw bv verricht. Het gebruikelijk loon wordt in beginsel vastgesteld op het hoogste bedrag uit de volgende reeks bedragen:
- het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
- het hoogste loon van werknemers in dienst van de vennootschap of daarmee verbonden vennootschappen; of
- € 58.000 (in 2025: € 56.000)
Kunt u aannemelijk maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het loon van de meestverdienende werknemer of € 58.000? Dan stelt u het loon vast op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Dit is aan de orde als u werk verricht waar een lager loon bij hoort, en als u slechts een beperkt aantal uren werkt.
Vraag voorlopige verliesverrekening aan
Als uw bv in 2025 verlies heeft geleden, kunt u een verzoek doen om voorlopige verliesverrekening zodra de aangifte vennootschapsbelasting 2025 is ingediend. U kunt dan alvast 80% van het verlies verrekenen met winsten uit eerdere jaren. Dit levert uw bv een liquiditeitsvoordeel op. Zij kan immers eerder beschikken over een te verwachten belastingteruggaaf. De voorlopige verliesverrekening wordt later verrekend met de definitieve verliesverrekening.
Aftrekbeperking gemengde kosten gewijzigd
Kosten die u voor uw onderneming maakt, kunnen ook een privé-element bevatten. Heeft uw bv één of meer werknemers in dienst? Dan is de aftrek van deze gemengde kosten beperkt. De aftrekbeperking geldt voor de kosten voor voedsel, drank en genotmiddelen, representatiekosten en voor de kosten van congressen, seminars, symposia, excursies en studiereizen. Maar vormen deze kosten belastbaar loon voor uw werknemer(s), dan zijn ze integraal aftrekbaar. Zijn de kosten geen belastbaar loon, dan zijn ze pas aftrekbaar als een drempelbedrag wordt overschreden. Sinds 1 januari 2026 is dit drempelbedrag € 5.700. Als 0,4% van het belastbaar loon van uw werknemer(s) hoger is dan dit bedrag, geldt het hogere bedrag als niet-aftrekbaar drempelbedrag.
Dit loonbegrip is per 1 januari 2026 aangepast vanwege de samenloop van de aftrekbeperking met de werkkostenregeling. Voor het bepalen van het bedrag aan gemengde kosten dat in aftrek wordt beperkt, wordt nu aangesloten bij het loon waarover ten laste van de betreffende werknemers daadwerkelijk loonbelasting wordt ingehouden. Tot en met 2025 werd ook rekening gehouden met vergoedingen en verstrekkingen die onder de werkkostenregeling vielen. Bent u een werkgever die door de 0,4%-regeling boven het drempelbedrag van € 5.700 uitkomt? Dan kunt u in 2026 mogelijk meer gemengde kosten aftrekken dan voorheen.
Tip
Uw bv kan ook gebruikmaken van een alternatief. Zij mag dan 73,5% van de werkelijk gemaakte gemengde kosten in aftrek brengen.