Houd regelmatig urenspecificatie bij
De Belastingdienst corrigeert jaarlijks regelmatig de ondernemersaftrek. Hoofdreden is dan vaak dat de ondernemer niet aannemelijk kan maken dat hij of zij voldoet aan het urencriterium. U doet er daarom verstandig aan om regelmatig een urenspecificatie van de werkzaamheden voor uw onderneming bij te houden. Uit de specificatie moet duidelijk zijn welke werkzaamheden zijn verricht en wanneer en hoeveel tijd daaraan is besteed. Ook moet er voldoende onderbouwing met bewijsstukken zijn. Uren kunnen bijvoorbeeld worden geregistreerd in een Excelbestand of een urenapp en met agenda’s, opdrachtovereenkomsten en facturen aannemelijk worden gemaakt.
Ook als u weinig omzet heeft gemaakt, kunt u toch aan het urencriterium voldoen door goed vast te leggen hoeveel tijd u heeft besteed aan niet direct factureerbare uren, zoals acquisitie, websitebeheer en social media.
Tip:
Achteraf opgemaakte urenspecificaties zijn vaak te summier en onvoldoende onderbouwd met bewijsstukken. Houd daarom regelmatig de urenspecificatie bij.
Stand van zaken aanpak schijnzelfstandigheid
De nieuwe opzet van de aanpak van schijnzelfstandigheid is een stapje dichterbij. Inmiddels heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘Invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst’ (voorheen: Vbar) aangenomen. Het rechtsvermoeden houdt in dat bij een uurtarief van € 38 of minder ervan wordt uitgegaan dat de arbeid in dienstbetrekking is verricht, tenzij de opdrachtgever kan aantonen dat er toch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het uurtarief was € 36, maar dit is inmiddels geïndexeerd. De indexatie van dit uurtarief vindt plaats op basis van de cao-loonontwikkeling in plaats van de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon, zoals in het wetsvoorstel eerst was voorgesteld.
Voor de criteria voor het zelfstandig ondernemerschap wordt aangesloten bij de Zelfstandigenwet. Daartoe wordt dit wetsvoorstel verder uitgewerkt. De Tweede Kamer heeft erop aangedrongen dat dit wetsvoorstel nog voor het zomerreces wordt ingediend bij de Tweede Kamer.
Verplichte basisverzekering voor zelfstandigen
Veel zelfstandigen zijn nu niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Dat komt vooral doordat een dergelijke verzekering niet voor elke zelfstandige betaalbaar is. Met name bij chronische ziekte, medische aandoeningen in het verleden of bij een hogere leeftijd loopt de premie al gauw op. Het kabinet wil daarom een betaalbare verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering invoeren voor zelfstandigen, die een basisinkomen garandeert. Inmiddels is daartoe de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) ingediend bij de Tweede Kamer.
De verzekering is bedoeld voor ondernemers (met of zonder personeel) in de inkomstenbelasting die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. Resultaatgenieters, directeur-grootaandeelhouders en meewerkende partners behoren niet tot de kring van verzekerden. De premie bedraagt 5,4% over de winst uit onderneming met een maximum van € 171 bruto per maand. De premie wordt in het jaar van betaling aftrekbaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen. De verzekering kent een wachttijd van 2 jaar. U moet dus de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid zelf opvangen bijvoorbeeld met eigen vermogen, een particuliere verzekering of een Broodfonds. Na de wachttijd krijgt u een gegarandeerde uitkering van maximaal het wettelijke minimumloon.
Let op:
Heeft u al een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten? Dan hoeft u zich niet verplicht te verzekeren.
Halvering motorrijtuigenbelasting bestelauto’s
Als gevolg van de crisis in het Midden-Oosten zijn de brandstofprijzen enorm gestegen. Daarom heeft het kabinet maatregelen getroffen om de impact van die crisis te beperken. Een van de maatregelen betreft de halvering van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers vanaf 1 juli 2026. De maatregel duurt tot het einde van het jaar. Het aangepaste tarief staat vanaf 1 juli 2026 in het hulpmiddel Motorrijtuigenbelasting berekenen.