Deze column van Willemijn van Sandick verscheen op 1 oktober 2026 in De Telegraaf.
Geef de keizer wat des keizers is. Maar geef de kiezer ook wat des kiezers is: een eerlijke heffing over beleggingswinsten bijvoorbeeld. Hoe diep zijn we gezonken als ’eerlijk’ te ingewikkeld is, of te duur?
U volgt allemaal het gestuntel rond box 3 en u weet: het gaat over de vraag of de waardestijging van beursbeleggingen belast mag worden als deze nog niet is omgezet in cash. Sommige partijen vinden van wel, want (a) zo sluit je aan bij de economische realiteit en (b) beleggers worden niet verleid tot een marktverstorend uitstel van verkopen.
Politieke steun brokkelt af
Maar er is geen politieke steun voor dit stelsel, en terecht. De inkomstenbelasting voor particulieren is immers gebaseerd op het kasstelsel en niet op latente aangroei. Daarom belasten we bijvoorbeeld vakantiegeld pas in mei en niet elke maand dat het aangroeit.
Bovendien kan belasting over latente winst dwingen tot verkoop van beleggingen. Dat is pas marktverstorend en versnelde verkopen passen niet bij verstandig beleggen. Een vermogenswinstbelasting zou te ingewikkeld zijn. En de ICT zou er niet klaar voor zijn.
Aap uit de mouw, het échte bezwaar is dat de forse toename van box 3-heffing (want die komt er hoe dan ook) met een winstbelasting later komt dan met een aanwasbelasting en dat de regering het geld al heeft uitgegeven. Een timingskwestie dus.
Daarbij past, van alle geopperde oplossingen, het beste de verlenging van de eerste tariefschijf van box 2. En waar is trouwens in de sommetjes verwerkt dat de terugbetaling van onterecht geheven box 3 zo enorm meeviel? Is die meevaller niet eenvoudig de dekking die nu wordt gezocht?