Nieuwsbericht:

Startpunten 2026 voor ondernemers

Startpunten voor de ondernemer

 

Minder zelfstandigenaftrek

Net als in 2025 wordt ook dit jaar de zelfstandigenaftrek verder afgebouwd. De aftrek bedraagt in 2026 slechts € 1.200 (in 2025: € 2.470). In 2027 moet de zelfstandigenaftrek zijn teruggebracht naar € 900. U komt in beginsel voor deze aftrek in aanmerking als u:

  • jonger bent dan de AOW-gerechtigde leeftijd én
  • ten minste 1.225 uren én
  • 50% van uw totale arbeidstijd aan werkzaamheden voor uw onderneming besteedt.

Heeft u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en voldoet u aan het urencriterium, dan heeft u recht op 50% van de aftrek.

Met het vervallen van de zelfstandigenaftrek valt een van de voordelen van werken als ZZP’er weg. Het grootste verschil blijft bestaan: geen sociale verzekering en dus ook geen premies voor sociale premies. Dit verschil is voor de belastingdienst reden om ZZP-werk liever te zien veranderen in loondienst. En daar zouden de handen best voor elkaar gaan, als tegelijkertijd het ontslagrecht zou worden versoepeld … 

Tip

Zorg dat u regelmatig een urenspecificatie van de werkzaamheden voor uw onderneming bijhoudt, zodat u eenvoudig aannemelijk kunt maken dat u aan het urencriterium heeft voldaan.

Meer S&O-aftrek

Innovatieve investeringen worden gestimuleerd met de regeling speur- en ontwikkelingswerk (S&O-werk). Via deze regeling kunt u een deel van de S&O-kosten terugkrijgen. Het bedrag van de maximale S&O-aftrek is verhoogd van € 15.738 (in 2025) naar € 15.979. U komt voor de S&O-aftrek in aanmerking als u aan het urencriterium (in beginsel minimaal 1.225 uren besteed aan uw onderneming) heeft voldaan en ten minste 500 uur heeft besteed aan speur- en ontwikkelingswerk, waarvoor de RVO een S&O-verklaring heeft afgegeven.

Bent u een startende ondernemer? Dan wordt het bedrag van de S&O-aftrek verhoogd met € 7.996(in 2025: € 7.875). U kwalificeert als startende ondernemer als u in 1 of meer van de 5 voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was én voor maximaal 2 van de 5 voorafgaande kalenderjaren een S&O-verklaring heeft gekregen.

Aftrek gemengde kosten

Er zijn kosten die u voor uw onderneming maakt, maar waarin ook een privé-element zit. Dit zijn de gemengde kosten. Hieronder vallen de kosten voor voedsel, drank en genotmiddelen, representatiekosten en de kosten voor congressen, seminars, symposia, excursies en studiereizen.

Dergelijke kosten zijn voor 20% niet aftrekbaar. De aftrekbeperking heeft een plafond van € 5.700 net als in 2025.

Geen negatieve winst meer door EIA en MIA

In 2025 was het mogelijk om met behulp van de milieu-investeringsaftrek (MIA) of de energie-investeringsaftrek (EIA) een negatieve winst te realiseren. Vanaf 2026 is dat niet meer mogelijk doordat de aftrek is gemaximeerd tot de daadwerkelijk gemaakte winst. De niet-gerealiseerde EIA of MIA wordt in de daaropvolgende negen jaren verrekend door in die jaren een verhoging van de EIA of MIA in aanmerking te nemen. Die verhoging bedraagt maximaal het bedrag waarmee de winst de MIA of EIA van dat jaar overtreft. De niet-gerealiseerde EIA of MIA in een volgend jaar wordt bij beschikking vastgesteld, waartegen u bezwaar kunt maken. De inspecteur geeft de beschikking af gelijktijdig met de aanslag over het jaar waarin de niet-gerealiseerde MIA of EIA wordt verrekend. Het bedrag van de niet-gerealiseerde MIA of EIA wordt apart vermeld op het aanslagbiljet.

Doe tijdig opgave uitbetaalde bedragen aan derden

Bent u ondernemer en heeft u geen personeel (u heeft dus geen loonheffingennummer) en heeft u een uitnodiging van de Belastingdienst ontvangen om gegevens van uitbetaalde bedragen aan derden over 2025 te verstrekken? Dan bent u verplicht deze gegevens (zonder BSN!) aan te leveren. Heeft u geen uitnodiging daartoe gehad, dan mág u de gegevens over uitbetaalde bedragen aan derden aanleveren bij de Belastingdienst. Het betreft de volgende gegevens:

  • het bedrag dat u heeft uitbetaald;
  • de datum waarop u het bedrag heeft uitbetaald;
  • naam, adres en geboortedatum van de persoon aan wie u het bedrag heeft uitbetaald.

Het gaat vooral om betalingen die doorgaans tot het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden behoren. Uitgezonderd zijn met name betalingen aan werknemers, artiesten, beroepssporters, vrijwilligers en personen die een btw-factuur hebben uitgereikt. Gegevens over personen die facturen zonder btw uitreiken of geen facturen uitreiken of facturen met btw verlegd, moet u dus wel aanleveren. 

De gegevens over 2025 levert u uiterlijk 31 januari 2026 digitaal aan bij de Belastingdienst. U hebt daartoe twee mogelijkheden: via het gegevensportaal of via Digipoort.

Doe tijdig suppletieaangifte bij fout in btw-aangiften 2025

Heeft u een fout ontdekt in uw btw-aangiften 2025? Dan moet u zo spoedig mogelijk een suppletieaangifte indienen, maar uiterlijk binnen 8 weken nadat u de fout heeft ontdekt. Na deze termijn kan de Belastingdienst een boete opleggen. Naast de termijn van 8 weken is voor het indienen van een suppletieaangifte nog steeds van belang dat u deze aangifte doet voordat u weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de desbetreffende fout bekend is of zal zijn.

Tip

Bedragen tot € 1.000 mag u verrekenen in de eerstvolgende btw-aangifte. Hiervoor hoeft u dus geen suppletieaangifte in te dienen.

Let op btw-deadlines bij onroerende zaken

Heeft u bij de koop of verkoop van een onroerende zaak ervoor gekozen om btw-belast te leveren? In dat geval moet de koper binnen vier weken na afloop van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarin het pand aan hem/haar is geleverd, een schriftelijke verklaring uitreiken aan de verkoper en de Belastingdienst. Daaruit moet blijken dat de koper het pand in beide jaren ook feitelijk voor 90% (soms 70%) of meer voor belaste prestaties heeft gebruikt. Bij een belaste levering in 2024 moet dat dus uiterlijk gebeuren vóór 29 januari 2026.

Belaste verhuur

Bij belaste verhuur van een onroerende zaak moet de huurder die niet meer aan het 90%- (soms 70%-)criterium voldoet, dit binnen vier weken na afloop van het jaar melden bij de verhuurder en bij de Belastingdienst.

Bezwaar en beroep tegen nihilaangifte

In de btw-aangifte wordt de verschuldigde btw verminderd met de betaalde btw. Een positief saldo leidt tot een voldoening op aangifte en bij een negatief saldo krijgt u een teruggaafbeschikking. In beide gevallen heeft u een rechtsingang voor bezwaar en beroep, als u het niet eens bent met de uitkomst. Het saldo kan ook uitkomen op nihil. U hoeft niets te betalen en u krijgt ook niets terug. Tot 2026 was het niet duidelijk welke rechtsingang u dan heeft voor bezwaar en beroep als u het niet eens bent met de nihilaangifte. Sinds 1 januari jl. is de rechtsingang ‘voldoening op aangifte’ uitgebreid met ‘voldoening van nihil’. Zodoende begint de bezwaartermijn (zes weken) bij een ‘voldoening van nihil’ op de dag na afloop van de betalingstermijn. Een bezwaar (en beroep) kan leiden tot op aangifte voldane btw of tot teruggaaf van niet afgetrokken voorbelasting.

Vraag subsidie aanleg laadinfrastructuur aan

Overweegt u om een laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen aan te laten leggen op uw eigen terrein? Weet dan dat u daarvoor subsidie kunt aanvragen. Als u een terrein deelt met andere ondernemers of ingeval van een gehuurd terrein, kunt u ook van deze subsidiekans gebruikmaken. Het aanvraagloket voor deze Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPRILA aanschaf) gaat op 20 januari 2026 open. Maar sinds 7 januari jl. kunt u al wel uw conceptaanvraag klaarzetten, zodat u op 20 januari a.s. uw aanvraag direct om 9.00 uur kunt indienen.

Een belangrijke voorwaarde is dat het bedrijventerrein niet altijd publiek toegankelijk mag zijn. De laadinfrastructuur kan bestemd zijn voor uw eigen elektrische voertuigen en voor voertuigen van uw klanten en medewerkers.

Een belangrijke wijziging ten opzichte van 2025 is dat er geen maximum van € 350.000 per aanvrager meer geldt. Om het tijdstip te bepalen waarop u uw aanvraag moet indienen bij de RVO, moet u eerst met een rekentool vaststellen of u in aanmerking komt voor meer of minder dan € 25.000 subsidie. In het eerste geval dient u de aanvraag in met een niet-ondertekende offerte, voordat u de opdracht geeft en werkzaamheden laat uitvoeren. Let op: de RVO beschouwt een ondertekende offerte als een gegeven opdracht! Komt u in aanmerking voor minder dan € 25.000 subsidie? Dan dient u de aanvraag ná de werkzaamheden in. De termijn hiervoor is in 2026 verruimd ten opzichte van 2025, namelijk in hetzelfde kalenderjaar als waarin de werkzaamheden plaatsvinden of binnen 13 weken na de datum waarop de werkzaamheden klaar zijn.

Geen SPRILA advies meer

In 2025 kon u ook subsidie krijgen tot maximaal 50% van de advieskosten van een externe adviseur voor de aanleg van een laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Deze subsidie is in 2026 vervallen.

Deadline rapportageplicht digitale platforms nadert

Exploitanten van een digitaal platform die in Nederland gevestigd zijn of Nederlandse gebruikers faciliteren, zijn verplicht om jaarlijks informatie te verzamelen en aan te leveren bij de Belastingdienst over verkopers of verhuurders die via hun platform inkomsten verwerven. Heeft u een dergelijk digitaal platform? Dan moet u de verzamelde gegevens over 2025 uiterlijk op 31 januari 2026 aanleveren bij de Belastingdienst. De gerapporteerde gegevens kunnen worden gebruikt voor zowel de inkomstenbelasting als de btw. Niet voldoen aan deze rapportageplicht leidt tot hoge boetes.

Welke platformen precies?

De rapportageverplichting geldt voor u als u uw digitale platform ter beschikking stelt aan verkopers om commerciële activiteiten te verrichten. Het begrip commerciële activiteiten is ruim geformuleerd en omvat de verhuur van onroerende goederen, persoonlijke diensten, de verkoop van goederen, de verhuur van vervoermiddelen en beleggingsdiensten. Niet alle activiteiten op een platform vallen binnen de reikwijdte van deze rapportageplicht. Uw platform valt in principe niet onder de rapportageverplichting als uw platform uitsluitend advertenties plaatst, gebruikers doorverwijst naar een platform of betalingen verwerkt.

Nieuwe rapportageplicht cryptodienstverleners

Vanaf 2026 zijn aanbieders van cryptoactivadiensten verplicht om jaarlijks relevante informatie te verstrekken aan hun nationale belastingautoriteit, die deze gegevens deelt met andere lidstaten. De informatieverplichting heeft betrekking op personalia, waarde van de cryptoactiva per kalenderjaar en op overdrachten van cryptovaluta en wisseltransacties. Met deze informatie kan de Belastingdienst vijf jaar navorderen als de cryptovaluta in het verleden niet zijn aangegeven. Die termijn kan tot twaalf jaar worden opgerekt als deze bezittingen in het buitenland zijn opgekomen of gehouden.

Misschien ook interessant?

Wat moet je regelen bij veranderingen in je leven?
Belastingtips voor alle belasting betalers
Belastingtips voor elke belastingbetaler – februari 2026
Belastingtips voor Werkgevers en Werknemers
Belastingtips voor werkgevers & werknemers – februari 2026
Belastingtips voor de DGA
Belastingtips voor de DGA – februari 2026
Belastingtips voor de ondernemer
Belastingtips voor ondernemers – februari 2026
Actiepunten voor de ondernemer
Startpunten 2026 voor ondernemers