Tips voor werkgevers en werknemers
Enkele maatregelen in de loonbelasting
Het kabinet heeft ook maatregelen aangekondigd die voor werkgevers en werknemers van belang zijn. We beperken ons hier tot de drie meest in het oog springende maatregelen op het terrein van de loonbelasting.
Geen bijtelling voor hubfietsen van de zaak
Er komt een verduidelijking van de bijtellingsregeling voor de fiets van de zaak. Het kabinet wil zogenoemde ‘hubfietsen’ die over het algemeen niet thuis worden gestald, uitzonderen van de bijtelling. ‘Hubfietsen’ zijn fietsen die als schakel dienen tussen begin- eind- of overstappunt in de reis. U reist bijvoorbeeld met de auto of de trein naar een bepaald punt en vandaar uit met de fiets naar uw bestemming. Onder de huidige regels wordt aangenomen dat elke fiets van de zaak ook voor privédoeleinden wordt gebruikt. Maar bij ‘hubfietsen’ is dat dus niet het geval.
Pseudo-eindheffing bij fossiele auto van de zaak
Het kabinet wil vanaf 2027 het elektrisch rijden stimuleren met nieuwe fiscale maatregelen. Een ervan betreft de auto van de zaak. Als u als werkgever vanaf 2027 een personen- of bestelauto van de zaak op fossiele brandstof (niet volledig emissievrij) ter beschikking stelt aan een werknemer, dan moet u 52% loonbelasting betalen over de grondslag voor de bijtelling privégebruik van de auto. Daarbij wordt geen rekening gehouden met een eigen bijdrage van de werknemer. Deze maatregel geldt dus niet voor volledig emissievrije (bestel)auto’s. Buiten de eindheffing die u betaalt, wordt er nog loonbelasting over de bijtelling ingehouden op het loon van de werknemer.
Nieuwe fiscale medewerkersparticipatieregeling
Het kabinet wil een nieuwe fiscale medewerkersparticipatieregeling voor startups en scale-ups invoeren. Medewerkers van startups en scale-ups gaan dan vanaf 2027 minder belasting betalen over hun aandelenopties. In plaats van 49,5% in box 1, betalen zij effectief 32,17%. Deze belasting zijn zij pas verschuldigd bij de daadwerkelijke verkoop van de aandelen. Nu moeten zij al belasting betalen op het moment dat de aandelen verhandelbaar worden.
Een klein geschenk – een groot gebaar
Loon is alles wat een werknemer ontvangt op grond van zijn of haar dienstbetrekking. Ook geschenken vallen hier in beginsel onder. Maar geeft u een geschenk vanwege de persoonlijke relatie met de werknemer, dan heeft het geschenk geen duidelijk verband met de dienstbetrekking. In dat geval is het geschenk geen loon. De Belastingdienst neemt aan dat er geen sprake is van loon als u aan de volgende drie voorwaarden voldoet:
- U geeft een persoonlijke attentie in situaties waarin anderen (dan u als werkgever) zo’n attentie ook geven, bijvoorbeeld een bloemetje bij een verjaardag of ziekte;
- Het geschenk is geen geld of waardebon; en
- De factuurwaarde (incl. btw) van de attentie is niet hoger dan € 25. Hieronder vallen niet de verzendkosten, mits deze op de factuur vermeld staan.
Alternatieven
Is het geschenk niet aan te merken als een ‘klein geschenk’ in de zin van deze zogenoemde ‘kleinegeschenkenregeling’ en wilt u uw personeel toch een cadeau schenken, bijvoorbeeld bij een dienstjubileum? Dan heeft u twee opties. U kunt de kosten (waarde in het economisch verkeer incl. btw) en eventuele verzendkosten als loon verlonen of als eindheffingsloon aanwijzen en ten laste van de vrije ruimte brengen.
Opname ‘pensioenbedrag ineens’ alweer uitgesteld
Twee jaar na de invoering van de Wet toekomst pensioenen zou het op 1 juli 2025 dan eindelijk mogelijk worden om als pensioengerechtigde eenmalig 10% van het pensioenkapitaal af te kopen. Dit zou dan ook gelden voor de bij de eigen bv ondergebrachte lijfrenten, die als tegenprestatie bij de overdracht van een onderneming zijn ontstaan. Maar helaas, de invoering is opnieuw uitgesteld en wel naar 1 juli 2026. De reden voor het uitstel is dat de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een groot beslag legt op de beschikbare capaciteit bij pensioenuitvoerders. Het uitstel betekent dat als u eerder dan 1 juli 2026 met pensioen gaat, u geen gebruik kunt maken van deze afkooprechten. Ook niet met terugwerkende kracht.
Rekentools
Er wordt een rekentool ontwikkeld die de financiële gevolgen inzichtelijk maakt van de keuze om een bedrag ineens (maximaal 10%) op te nemen. Het Nibud heeft daarvoor naar verwachting ongeveer acht tot tien maanden nodig. Begin 2026 zou de tool operationeel kunnen zijn. De tool moet algemene ondersteuning bieden voor de te maken keuze. Voor specifieke gevolgen van het bedrag ineens voor de toeslagen kunt u al de bestaande rekentool op de site van de Belastingdienst gebruiken.
Kilometers 2024 rapporteren
Heeft u 100 of meer werknemers? Dan bent u sinds 1 juli 2024 verplicht om jaarlijks de gegevens van de zakelijke kilometers en de woon-werkkilometers van uw werknemers te verzamelen en via een digitaal formulier te rapporteren aan de RVO. De deadline voor het aanleveren van deze gegevens over de tweede helft van 2024 is 30 juni 2025. Op het formulier rapporteert u de kilometers per vervoermiddel en per brandstoftype, waarbij u onderscheid maakt tussen woon-werkverkeer en zakelijk verkeer. Na het invoeren van deze gegevens berekent het systeem de CO2-uitstoot voor zowel het woon-werkverkeer als de zakelijke mobiliteit. Zodra het formulier is ingediend, genereert het systeem een rapport met een samenvatting van de gegevens en de berekende CO2-uitstoot.
Vanaf 2026 moet u de rapportage voor het eerst over een heel jaar (2025) indienen.
Voorkom hoge boetes bij derdelanders
Komt er een werknemer bij u in dienst met de Nederlandse nationaliteit of de nationaliteit van een van de landen uit de EER (EU + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) of Zwitserland? Dan mag deze werknemer bij u werken zonder dat hier een vergunning voor nodig is. Een werknemer met een andere nationaliteit (derdelander) mag volgens de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV) alleen in Nederland werken met een geldige tewerkstellingsvergunning (TWV) of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). Op het moment dat er geen geldige TWV of GVVA (meer) is en de werknemer blijft bij u werken, kunt u een forse boete opgelegd krijgen. Deze boete is per 1 februari jl. opgehoogd van maximaal € 8.000 per werknemer naar € 11.250 per werknemer. Voor gedetacheerde derdelanders geldt – onder voorwaarden – een uitzondering op deze verplichting.
Let op geldige ID-bewijzen
U moet de identiteit van een werknemer die bij u in dienst treedt, vaststellen voordat hij of zij begint te werken. Dat doet u aan de hand van een op dat moment geldig en origineel identiteitsbewijs (ID-bewijs). Denk hierbij aan een paspoort of identiteitskaart. U kunt de identiteit van de werknemer niet aan de hand van een geldig rijbewijs vaststellen. Dat komt omdat daarin niet de nationaliteit en de verblijfsstatus van de werknemer is vermeld. Vervolgens moet u een kopie van het ID-bewijs bewaren in het personeelsdossier. Verloopt het ID-bewijs van een derdelander, dan moet u ook een kopie van zijn of haar nieuwe ID-bewijs in het personeelsdossier opnemen. Het is dus van belang om de derdelanders goed te blijven monitoren gedurende de dienstbetrekking.