Belastingplannen PrinsjesdagDe belastingplannen van dit jaar zijn niet zo schokkend als ze wel eens zijn geweest. Dat is goed nieuws. We belichten hier de voor onze cliënten belangrijkste wetswijzigingen. We benoemen ook enkele veranderingen in 2020 die nog het gevolg zijn van het Belastingplan 2018: ook toen werden er al wijzigingen voor 2020 en volgende jaren aangekondigd.

Ondernemer

Stapsgewijs minder zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek (nu maximaal € 7.280) wordt verlaagd in jaarlijkse stappen van € 250 per jaar (en 1 x  € 280), zodat deze aftrek uiteindelijk € 5.000 bedraagt in 2028. In 2020 bedraagt de zelfstandigenaftrek maximaal € 7.030. U komt in beginsel voor deze aftrek in aanmerking als u:

  • jonger bent dan de AOW-gerechtigde leeftijd én
  • tenminste 1.225 uren én
  • 50% van uw totale arbeidstijd aan werkzaamheden voor uw onderneming besteedt.

Heeft u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en voldoet u aan het urencriterium, dan heeft u recht op 50% van de aftrek.

Ons commentaar:

Deze maatregel is onderdeel van de grote discussie hoe “de politiek” aankijkt tegen de toename van ZZP-werk en afname van loondienstverbanden. Deze maatregel is een onderdeel van de pogingen het onderwerp weg te toveren. Naar onze verwachting doet het kabinet daarmee geen recht aan het feit dat de keuze tussen loondienst en ondernemerschap vaak wordt gemaakt op basis van andere dan fiscale verschillen. Voor ZZP’ers is het ondertussen wel zo dat de extra risico’s die een ZZP’er meer loopt dan een werknemer, ergens uit gedekt moeten worden. En voor zover dat risico niet meer wordt gedekt door fiscale verschillen moet het ergens anders vandaan komen (tariefverhogingen?).

Ons commentaar:

Om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek moet u aannemelijk kunnen maken dat u aan het urencriterium heeft voldaan. Zorg dus dat u een urenspecificatie van uw werkzaamheden voor uw onderneming bijhoudt. Ook al daalt de aftrek, het bijhouden van uw uren blijft de moeite waard.

Géén verandering in de MKB winstvrijstelling

De MKB winstvrijstelling is ingevoerd om de belastingdruk voor IB ondernemers globaal gelijk te maken aan de belastingdruk voor ondernemers die via een BV werken (DGA’s). Nu de VPB daalt zou je verwachten dat de MKB winstvrijstelling moet stijgen, zodat de belastingdruk voor de IB ondernemer gelijke tred houdt met de belastingdruk van de DGA. Toch gebeurt dat niet.

Ons commentaar:

Er ontstaat zo weer een disbalans die maakt dat overgang naar een BV eerder interessant is. De daling van de zelfstandigenaftrek geeft ook een bijdrage aan die disbalans. Graag overleggen we met ondernemers of overgang naar een BV voor hen interessanter wordt.

Maximaal aftrekpercentage voor diverse aftrekposten

Belangrijke aftrekposten geven in 2020 nog slechts een belastingteruggaaf van 46%. Het gaat bijvoorbeeld om de MKB winstvrijstelling, zelfstandigenaftrek, partneralimentatie, giften, hypotheekrente.

Ook digitale publicaties onder 9%-tarief

Het BTW-tarief voor digitale publicaties wordt vanaf 1 januari 2020 gelijkgesteld aan het verlaagde BTW-tarief (9%) voor papieren uitgaven. Onder digitale publicaties vallen digitale boeken, kranten en tijdschriften, maar bijvoorbeeld ook audioboeken. Het uitgangspunt hierbij is steeds dat de digitale uitgaven onder het verlaagde BTW-tarief vallen als deze vergelijkbaar zijn met uitgaven op fysieke dragers waarop het verlaagde tarief van toepassing zou zijn. Vanaf 1 januari 2020 mag het verlaagd tarief ook worden toegepast op het verlenen van toegang tot nieuwswebsites, zoals die van dagbladen, weekbladen en tijdschriften.

Ons commentaar:

Voor de verkopers van digitale boeken onder onze clientèle: We begrijpen dat de digitale boeken cadeautjes kunnen zijn voor Sinterklaas en Kerstmis. Maar afgezien daarvan is een grote marketingcampagne na 2019 dus gunstiger. Als u de BTW verlaging wil vertalen in omzetstijging, pas dan 1 januari uw prijzen aan.

Wijziging bewijs van intracommunautaire vervoer of verzending

Levert u goederen aan een afnemer in een andere lidstaat, dan komt u alleen voor het nultarief in aanmerking als de goederen daadwerkelijk naar de andere lidstaat zijn verzonden of vervoerd. U moet bewijzen dat dit ook feitelijk is gebeurd. Vanaf 1 januari 2020 wordt het aantal bewijsstukken dat u daarvoor moet kunnen overleggen in beginsel teruggebracht tot twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken die onafhankelijk van elkaar zijn opgesteld. Daarbij kunt u denken aan een door uzelf ondertekend CMR-document in combinatie met een aan het vervoer gerelateerd bewijs van een onafhankelijke derde (bijvoorbeeld de afnemer). Als u de twee niet tegenstrijdige bewijsstukken kunt overleggen, dan wordt aangenomen dat de goederen daadwerkelijk zijn vervoerd naar het land van de afnemer.

Verhoging tarief overdrachtsbelasting voor niet-woningen

De overdrachtsbelasting op niet-woningen bedraagt nu 6%. Als het aan het kabinet ligt wordt dit tarief vanaf 1 januari 2021 verhoogd naar 7%. Niet-woningen zijn bijvoorbeeld bedrijfsgebouwen, bedrijfsruimten, maar ook grond dat bestemd is voor woningbouw, hotels en pensions. Op woningen blijft het verlaagde tarief van 2% van toepassing.

Ons commentaar:

De € 297 miljoen die de verhoging moet opbrengen is bestemd voor uitvoering van het Klimaatakkoord. Het zou mooi zijn als die wordt ingezet voor subsidiëring van het klimaatneutraler maken van woningen.

Het kabinet overweegt ook een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt. In theorie kunnen starters daardoor 2% meer bieden op woningen dan de beleggers met wie zij voor de starterswoningen moeten concurreren; de praktijk zal naar onze inschatting anders zijn.

Bedrijven

Minder en later verlaging VPB-tarieven

De tarieven van de vennootschapsbelasting gaan minder snel en later omlaag dan vorig jaar bij de Belastingplannen was besloten. Het 19%-tarief voor belastbare winst tot € 200.000 gaat volgend jaar wel naar 16,5% (en in 2021 naar 15%), maar het 25%-tarief voor belastbare winst boven € 200.000 gaat (anders dan vorig jaar aangekondigd) pas in 2021 omlaag. Bovendien gaat dit tarief dan niet naar 20,5% maar naar 21,7%. Het uitstel van verlaging van VPB financiert de daling van inkomstenbelasting (bedrijven hebben immers geen stemrecht …). De oppositie pleit voor een VPB van 30%. Dat zou € 4 miljard extra belasting moeten opleveren. Deze extra belasting zou, samen met de extra  box 3 heffing, volgens de oppositie besteed moeten worden aan salarisverhoging in onderwijs, zorg, politie en sociale advocatuur. En aan halvering van het verplichte eigen risico in de zorg en aan stijging van het minimumloon.

Ons commentaar:

Het blijft interessant om winst uit te stellen. Dat kan bijvoorbeeld door het vormen van een voorziening groot onderhoud of een garantievoorziening. En effecten in het BV vermogen met stille reserves kun je beter nog even aanhouden (tenzij het beleggingsbeleid anders dicteert).

Betalingskorting vervalt

Wie zijn aanslag VPB in één keer betaalt krijgt nu nog een korting. Die korting vervalt.

Ons commentaar:

Daar kon je op wachten. De korting werd immers steeds interessanter naarmate de rente daalde.

Geen belastingrente meer bij tijdige en juiste VPB-aangifte

Vanaf 1 januari 2020 betaalt uw bv geen belastingrente meer als u de VPB-aangifte indient voor de eerste dag van de zesde maand na het tijdvak waarover de vennootschapsbelasting wordt geheven en de ingediende aangifte juist is. In meeste gevallen loopt het kalenderjaar gelijk aan het boekjaar. De uiterste indieningsdatum is in dit verband dan dus 1 juni na het jaar waarover uw bv vennootschapsbelasting moet betalen.

Ons commentaar:

De praktijk is vaak dat de aangifte later wordt ingediend om uiteenlopende redenen. U kunt dan toch rente voorkomen door tijdige aanvraag van een goed passende voorlopige aanslag. Neemt u eind van het jaar daarvoor contact met ons op? Wij vragen niet automatisch voorlopige aanslagen aan omdat sommigen, ondanks de rente, de voorkeur geven aan betaling van hun belasting na afloop van het jaar.

Bronbelasting op rente en royalties

Er komt vanaf 2021 een bronbelasting ter hoogte van de VPB op rente en royalties die worden betaald aan groepsmaatschappijen. Dat moet geldstromen naar belastingparadijzen tegengaan.

Innovatiebox, tariefverhoging

Voor winst uit innovatieve activiteiten geldt een verlaagd VPB tarief. Het effectieve tarief voor dergelijke winst stijgt van 7% naar 9%.

Ondernemen in het buitenland

Nu nog zijn verliezen van geliquideerde dochtervennootschappen, en van buitenlandse activiteiten onbeperkt aftrekbaar. Dat wordt aangepast, zodanig dat buitenlands verlies van buiten de EU niet of minder aftrekbaar is.

Ons commentaar:

Goed opletten dus bij start of verlies van een buitenlandse vestiging.

DGA’s

Tarief box 2

Het box 2 tarief (voor DGA’s) is in 2020 26,25% (nu nog 25%). In 2021 wordt dit 26,9%. Verdere stijging is niet voorzien.

Ons commentaar:

Op het eerste gezicht lijkt deze stijging een reden om winstreserve liever dit jaar dan een volgend jaar uit te keren als dividend. Echter, als het dividend eenmaal is uitgekeerd wordt het box 3 vermogen. Dat is vaak een reden waarom winstreserve toch beter in de BV kan blijven. We overleggen graag op maat wat in uw situatie de beste keuze is. We roepen ook in herinnering dat dividend alleen een optie is als de winstreserve vrij uitkeerbaar is. Zolang er pensioenverplichtingen zijn, is dat veelal niet het geval. Wie nog niet met ons overlegd heeft over afkoop van pensioen in eigen beheer, of omzetting in ODV, adviseren we om dat overleg snel aan te gaan.

Excessief lenen uit de BV

We gaan er nog steeds van uit dat vanaf 2022 hoge schulden van DGA aan de eigen BV gaan leiden tot belastingheffing. “Hoog” is boven de € 500.000 en NIET gekwalificeerd als lening voor de eigen woning (met renteaftrek).

Ons commentaar:

Deze aankomende wetgeving schiet zijn doel voorbij. Hij is bedoeld om tegen te gaan dat DGA’s consumptie betalen uit BV-geld zonder de bijbehorende belasting te betalen. Daar was geen nieuwe wetgeving voor nodig. Het “probleem” dat met deze wetgeving wordt opgelost is gebrekkige handhaving. De prijs die we met deze wetgeving gaan betalen is verbieden van leningen die volstrekt marktconform zijn en dus toelaatbaar zouden moeten blijven. DGA’s die bijvoorbeeld investeringen in verhuurd vastgoed financieren met een lening uit de eigen BV moeten deze leningen oversluiten bij banken: gedwongen winkelnering in een nieuw jasje. De wetgeving lijkt bovendien tot dubbele heffing te gaan leiden.

Werkgevers en werknemers

Werken moet met diverse kleine ingrepen iets lonender worden. Zo wordt bijvoorbeeld de arbeidskorting verhoogd. Andere wijzigingen:

Meer vrije ruimte, en andere wijzigingen in de WKR

De vrije ruimte wordt volgend jaar verruimd. U berekent de vrije ruimte dan als volgt: 1,7% van de loonsom tot € 400.000 plus 1,2% van de resterende loonsom. Bij € 400.000 loonsom kunt u nu maximaal € 4.800 onbelast vergoeden of verstrekken. Na de verruiming kunt u over dit bedrag maximaal € 6.800 belastingvrij vergoeden of verstrekken. De vrije ruimte wordt dus maximaal € 2.000 ruimer. Let op bij het toepassen van de concernregeling, dan mist u maximaal € 2.000 extra vrije ruimte.

Daarnaast komt er een gerichte vrijstelling voor vergoedingen voor de kosten van  Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG). Maar er is meer. U krijgt meer tijd om vast te stellen óf u boven de vrije ruimte uitkomt. Als u eindheffing moet betalen moet dit nu nog uiterlijk plaatsvinden bij de aangifte over het eerste loontijdvak. Vanaf 2020 mag dat ook bij de loonaangifte over het tweede loontijdvak.

Ons commentaar:

Er zijn meer kleine wijzigingen, en zaken waarop te letten bij toepassing van de WKR. Wie belangstelling heeft voor maximaal gebruik ervan neemt contact met ons op voor een advies op maat.

Vrijstelling voor verzekering loondoorbetaling bij ziekte en eigenrisicodragerschap

U bent als werkgever verplicht om het loon van een zieke werknemer door te betalen of u bent  eigenrisicodrager en neemt zelf het risico op u van de betaling van ziekengeld, WGA- en overlijdensuitkeringen. In beide gevallen kunt u deze verplichtingen geheel of gedeeltelijk afdekken met een verzekering. Het kabinet stelt voor om deze verzekeringen vrij te stellen van assurantiebelasting.

WAB: sociale premies en werknemersrechten bij flex-contracten e.a.

Wie personeel heeft op tijdelijke contracten, flex-contracten, of vaste contracten zonder vastleggingen ontkomt er niet aan zich per arbeidscontract te laten voorlichten omtrent de gevolgen van aankomende wetswijzigingen. Van een geheel andere orde: ook het geboorteverlof voor de partner van een bevallen moeder wordt in 2020 uitgebreid.

Alle belastingbetalers

Sneller naar twee tariefschijven

De tariefschijven in de loon- en inkomstenbelasting worden al in 2020 teruggebracht naar twee schijven: een schijf van 37,35% en een schijf van 49,5%. Vorig jaar was besloten dat het tweeschijvensysteem pas in 2021 zou ingaan, maar daarvan komt het kabinet nu terug. De tweede schijf begint bij een inkomen vanaf € 68.507. Dit beginpunt van de tweede schijf wijzigt niet tot en met 2021. Het kabinet houdt wel vast aan de vorig jaar aangenomen afbouw van aftrekposten in hoogste belastingschijf. Valt uw inkomen in de hoogste belastingschijf? In dat geval zijn eventuele aftrekposten, zoals hypotheekrente, nog tegen een tarief van 46% (in plaats van 49%) aftrekbaar. Vanaf 2023 bedraagt de aftrek maximaal 37,05%.

Ons commentaar:

Graag vragen wij nog eens aandacht voor de afbouw van het belastingvoordeel van aftrekposten. Wie grote schenkingen betaalt, of partneralimentatie, doet er goed aan contact op te nemen zodat we een oplossing op maat kunnen maken.

Percentage woningforfait en hypotheekrente-aftrek

Het woningforfait verandert geleidelijk naar 0,45% van de woz-waarde (is nu 0,6%), voor woz-waardes tot € 1.080.000. Voor duurdere woningen blijft dit 2,35%.

Ons commentaar:

Gezien de stijgingen van huizenprijzen zullen woz-waardes ook stijgen. U krijgt dus terug als tariefverlaging wat u anders meer zou betalen zonder grondslagverhoging. We roepen in herinnering dat u door eerdere wetswijziging geleidelijk ook belasting betaalt over uw forfait als u géén hypotheekrente aftrekt.

Maximaal aftrekpercentage voor diverse aftrekposten

Belangrijke aftrekposten geven in 2020 nog slechts een belastingteruggaaf van 46%. Het gaat voor particulieren bijvoorbeeld om partneralimentatie, giften, en hypotheekrente.

Afschaffing aftrek scholingsuitgaven

De aftrek scholingsuitgaven wordt vervangen door een individuele leerrekening. Dit wordt een niet fiscale subsidieregeling: het STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Het is nog niet duidelijk wanneer deze wijziging in werking treedt. De beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2020 wordt in elk geval niet gehaald.

Geen belastingrente meer voor erfbelasting binnen de aangiftetermijn

U hoeft voortaan geen belastingrente meer te betalen als u verzoekt om een voorlopige aanslag erfbelasting of als de Belastingdienst de aangifte heeft ontvangen binnen de aangiftetermijn en de aanslag erfbelasting wordt vastgesteld overeenkomstig dat verzoek of die aangifte. Het tijdvak waarover belastingrente wordt berekend begint pas na afloop van de geldende aangiftetermijn. Die termijn is in beginsel acht maanden na het overlijden, maar kan op verzoek worden verlengd.

Ons commentaar:

Het blijft zinvol om een voorlopige aanslag te vragen, ook al om ervoor te zorgen dat het geld voor de erfbelasting tijdig uw box 3 verlaat. Tijdig wil zeggen: voor de eerstvolgende 1 januari.

Beëindiging overgangsrecht saldolijfrenten deels van de baan

Bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 is er overgangsrecht opgenomen voor de destijds bestaande lijfrenten. Het overgangsrecht voor lijfrenten waarvan de premies geheel of deels niet aftrekbaar waren (saldolijfrenten) eindigt op 1 januari 2021. Daaraan voorafgaand moet over het saldo (de waarde van de lijfrentepolis verminderd met de niet afgetrokken premies) worden afgerekend met de Belastingdienst. Het kabinet stelt echter voor om de beëindiging van het overgangsrecht en de bijbehorende afrekenverplichting alleen door te laten gaan voor de lijfrenten, waarvan de premies in het verleden in het geheel niet aftrekbaar waren. Dit zijn de zogenaamde ‘zuivere saldolijfrentes’. Voor de lijfrentes waarvan de premies deels wel aftrekbaar waren (hybride lijfrentes) wordt het overgangsrecht uit 2001 ook na 2020 voortgezet. Dit geldt ook voor bepaalde buitenlandse pensioenen die ook onder dit overgangsrecht vallen, maar waarvoor dit nooit was bedoeld.

Ons commentaar:

De regelgeving rond lijfrenten en andere fiscaal gefaciliteerde spaarproducten is en blijft veel te gedetailleerd. De kans op valkuilen is groot.

Wijziging inkeerregeling

Met de inkeerregeling wordt de boete beperkt die je betaalt als je spontaan verzwegen inkomen of vermogen alsnog aangeeft. Deze faciliteit vervalt voor box 2 inkomen. Dat is een uitvloeisel van de Panama papers. De regeling vervalt ook voor binnenlands box 3 vermogen. Hiermee wordt het onderscheid weggenomen tussen binnenlands en buitenlands vermogen.

Fouten in het betalingskenmerk? De fiscus vraagt info bij de bank op

De fiscus krijgt het recht om in geval van betalingen met een foutief of ontbrekend betalingskenmerk bij de bank NAW-gegevens van de betaler op te vragen. Zo kunnen betalingen met foutief kenmerk sneller worden gekoppeld aan openstaande belastingschulden.

Wijziging box-3-heffing over spaargeld op komst

Tot slot brengen we alvast op de hoogte van een belangrijke wijziging die eraan komt, maar die niet in de Belastingplannen 2020 is opgenomen, maar die wel voor u van belang kan zijn. Kort voor Prinsjesdag liet de Staatssecretaris van Financiën namelijk weten dat hij de box-3-heffing wil wijzigen.

De box-3-heffing nu

Op dit moment wordt ervan uitgegaan dat het vermogen waarover u belasting moet betalen voor een bepaald deel uit beleggingen bestaat. Ook als dat feitelijk niet zo is en uw hele vermogen alleen uit spaargeld bestaat. Hoe groter uw vermogen nu is, des te meer rendement u geacht wordt te maken en dus hoe meer box-3-heffing u moet betalen. Maar bestaat uw vermogen alleen uit spaargeld, dan maakt u vaak veel minder rendement dan u geacht wordt te maken. Het kan zelfs zo zijn dat u meer belasting moet betalen dan u werkelijk aan rente heeft genoten. De redelijkheid hiervan staat al jaren ter discussie. Maar nu lijkt er echt verandering te komen in deze systematiek van box 3.

Wat gaat er veranderen?

Staatssecretaris Snel heeft voorgesteld om voortaan voor de box-3-heffing meer aan te sluiten bij de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden. Hij stelt voor om over uw werkelijke spaartegoed een vooraf vastgestelde rente te berekenen die zoveel als mogelijk aansluit bij de werkelijke rente. Op dit moment zou die rente 0,09% bedragen. Volgens de voorlopige berekening blijft dan per belastingplichtige de eerste € 440.000 (€ 880.000 voor partners) spaargeld onbelast. Ook de kleine belegger (tot ongeveer € 30.000) blijft met het nieuwe systeem buiten de box-3-heffing. Maar bent u een grotere belegger met bijvoorbeeld een effectenportefeuille, een tweede woning of vastgoed? In dat geval valt het nieuwe systeem waarschijnlijk in uw nadeel uit. Het forfaitair rendement over de overige bezittingen zal dan namelijk ongeveer 5,33% bedragen. Nu wordt u dit forfaitair rendement pas geacht te maken bij een vermogen van ongeveer € 1 miljoen. Heeft u naast ander vermogen ook nog schulden – bijvoorbeeld uw tweede woning aangekocht met een evenzo grote lening -, dan gaat u in het nieuwe systeem belasting betalen in box 3, terwijl u daarover nu geen box-3-heffing betaalt. Bovendien gaat het tarief van de box-3-heffing omhoog van 30% naar 33%.

Wanneer gaat deze wijziging in?

Het nieuwe systeem is dus vooral gunstig voor spaarders die nu te veel box-3-heffing betalen. Zij moeten nog wel even geduld hebben, want het voorstel van staatssecretaris Snel wordt eerst uitgewerkt in een wetsvoorstel dat voor de zomer van 2020 naar de Tweede Kamer zal worden gestuurd. Als de Eerste en de Tweede Kamer het wetsvoorstel eind 2020 hebben aangenomen, krijgt de Belastingdienst een jaar de tijd om de structuurwijziging in box 3 door te voeren. Het nieuwe systeem kan dan op 1 januari 2022 in werking treden.

Ons commentaar:

Of deze plannen nu doorgaan of niet, graag bespreken we desgewenst met u de mogelijkheden die er zijn om te voorkomen dat u een onevenredig groot deel van uw rendement aan belasting betaalt, of zelfs meer belasting dan u aan rendement geniet. De rechtspraak die er op dit punt inmiddels is, biedt onvoldoende oplossingen. Het voorstel voor aanpassing van box 3 houdt geen rekening met de negatieve rente die er aan zit te komen. En getuigt met een veronderstelling van 5,33% rendement op alles behalve spaarrekeningen van wel erg veel optimisme. Schrijnend is dat  nog altijd geen oplossing wordt gegeven aan de mensen wiens box 3 vermogen hun pensioen is.

De oppositie pleit voor € 1,8 miljard extra box 3 heffing.

Klimaat

Belasting op energieverbruik

Het Klimaatakkoord komt op diverse plaatsen terug in de voorstellen. Eén voorbeeld: Belasting op gas gaat omhoog, belasting op elektriciteit gaat voor particulieren omlaag. Bedrijven gaan juist meer belasting betalen over energieverbruik.

Ons commentaar:

Elektriciteit als vervanging van gas geeft alleen milieuopbrengst als de elektriciteit milieuvriendelijk wordt opgewekt. Daar ligt de werkelijke uitdaging. Het is de vraag of belastingmaatregelen nodig zijn om de betere keus te stimuleren. Verhogen van de rekening voor ondernemers zou ertoe moeten leiden dat energieverbruik door productie beter terugkomt in de prijsstelling van producten.

Verlenging MRB-vrijstelling voor emissieloze auto’s

Rijdt u nu in een (bestel)auto die geen CO2 uitstoot, dan bent u vrijgesteld van de motorrijtuigenbelasting. Deze vrijstelling zou op 1 januari 2021 vervallen, maar in het Klimaatakkoord is besloten om de vrijstelling voort te zetten tot en met 2024. Deze verlenging van de vrijstelling is opgenomen in de Belastingplannen. Vanaf 2025 betaalt u 25% van de reguliere motorrijtuigenbelasting en vanaf 2026 betaalt u het volledige tarief.

Verlenging korting MRB plug-in hybride

Rijdt u in een auto die zowel op gas als op benzine of diesel rijdt (plug-in-hybride)? In dat geval betaalt u nu 50% van de reguliere motorrijtuigenbelasting. Ook deze korting wordt tot en met 2024 voortgezet. Daarna betaalt u voor een dergelijke auto 75% van het reguliere tarief voor de motorrijtuigenbelasting en vanaf 2026 het volledige tarief.

Verhoging bijtelling elektrische auto’s vanaf 2020

De bijtelling voor het privégebruik van een nieuwe elektrische auto van de zaak wordt in 2020 verhoogd van 4% naar 8%. Deze bijtelling wordt volgend jaar berekend over de eerste € 45.000 van de catalogusprijs van de auto. Is de catalogusprijs hoger dan geldt voor het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Nu is dat nog 4% bijtelling over de eerste € 50.000 en 22% over het meerdere. Er geldt wel een overgangsregeling, waardoor u vanaf de eerste tenaamstelling nog 60 maanden de bestaande bijtelling mag hanteren.

Na 2020

Het bijtellingspercentage voor elektrische auto’s wordt in 2021 verder verhoogd tot 12%. In 2022 tot met 2024 bedraagt de bijtelling 16% en in 2025 17%. De catalogusprijs van een nieuwe elektrische auto waarop deze percentages moeten worden toegepast, is in de periode 2021 tot met 2025 vastgesteld op € 40.000. Is de catalogusprijs hoger dan geldt voor het meerdere weer een bijtellingspercentage van 22%. Met ingang van 2026 bedraagt de bijtelling van de elektrische auto 22% over de hele catalogusprijs, gelijk aan die van gewone auto’s.

Ons commentaar

Wie elektrisch rijdt doet er goed aan even contact op te nemen zodat we samen bepalen welke bijtelling in uw loonadministratie 2020 op te nemen.

N.B.:

Rijdt u in een auto op waterstof dan geldt de splitsing in het bijtellingspercentage niet voor u. Waterstof zou wel eens de beste oplossing kunnen zijn voor de toekomst, vandaar waarschijnlijk deze uitzondering.

Overige maatregelen

Professionals (belastingadviseurs, notarissen, etc.) die meehelpen met belastingontduiking worden daarvoor strafrechtelijk vervolgd. Nieuw is dat de boetes opgelegd aan deze adviseurs openbaar worden gemaakt. Gedacht wordt aan een “schandpaal” op de website van de belastingdienst.

 

Disclaimer:

In deze nieuwsbrief is de stand van zaken in wet- en regelgeving verwerkt tot 19 september 2019. Hoewel ten aanzien van de inhoud de uiterste zorg is nagestreefd, kan niet volledig worden ingestaan voor eventuele (druk)fouten en onvolledigheden. Vastrecht Belastingadvies sluit bij deze de aansprakelijkheid hiervoor uit. Voor een toelichting staan wij u graag te woord.

Graag uw reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *