Vastrecht Tips

Tips November 1998

De tips van de maand november 1998 hebben een enigszins afwijkende vorm, omdat deze maand drie belangrijke thema's kort worden besproken:

  1. invoering van de euro
  2. belastingplan 21e eeuw
  3. voorgestelde wijzigingen per 1 januari 1999

Invoering van de Euro

De kosten die een onderneming maakt om de invoering van de euro voor te bereiden en te realiseren worden beschouwd als bedrijfskosten. Deze kosten zijn aftrekbaar in het jaar waarin de kosten worden gemaakt. Vorming van een voorziening voor die kosten in een eerder jaar is volgens de belastingdienst veelal niet toegestaan. Een recent arrest van de Hoge Raad echter, heeft wellicht de mogelijkheden verruimd voor de vorming van een fiscaal erkende voorziening voor de overgang naar de euro.

Sommige activa zullen i.v.m. de invoering van de euro sneller in waarde dalen dan is gepland. Men kan bijvoorbeeld denken aan softwareprogramma's en kassasystemen die niet op de euro zijn voorbereid, een vervroegde afschrijving is dan toegestaan.

Het jaarverslag van een onderneming mag in de overgangsperiode 1999-2002 in guldens of in euro's luiden.

Op 1 januari 1999 worden de koersen van alle EMU-valuta's definitief vastgesteld. Koersverschillen tussen deze valuta's bestaan dan niet meer. Op dat moment kan er sprake zijn van een winst of verlies, afhankelijk van de valuta en de oorspronkelijke koers. De latent aanwezige koerswinst of koersverlies wordt geacht in 1999 te zijn gerealiseerd. Regelingen omtrent de fiscale behandeling worden nog opgesteld.

Hypotheekcontracten zullen van rechtswege van guldens in euro's worden omgezet. De omzetting geschiedt tegen de offici묥 koers, die op 1 januari 1999 wordt vastgesteld.

Na de invoering van de euro blijven de regels omtrent het afronden van bedragen op uw aangifte hetzelfde. U mag de bedragen in uw eigen voordeel afronden op hele euro's. Omdat 1 euro meer waard is dan 1 gulden, leidt de afronding in eigen voordeel bij euro's tot een iets groter voordeel dan dat bij afronding op hele guldens het geval is.

Belastingplan 21ste eeuw

Volgens het huidig stelsel worden alle inkomsten en aftrekposten bij elkaar geteld, en wordt dat geheel belast naar 驮 tarief (circa 38 - 60%). Op deze regel bestaan, voor wat betreft het tarief, een paar uitzonderingen waarvan die voor aanmerkelijk belang resultaten de belangrijkste is (vast tarief van 25%). Doordat alle inkomsten en aftrekposten bij elkaar worden geteld kunnen verliezen uit de ene hoek ongelimiteerd inkomsten uit een andere hoek compenseren.

Het belastingplan 21e eeuw houdt in (de overweging van) het voorstel om die systematiek te vervangen door een "boxen-systeem". Alle denkbare inkomsten en aftrekposten worden verdeeld over drie boxen. Elke box kent zijn eigen tarief. Compensatie van inkomsten in de ene box en verliezen in de andere box zijn niet langer mogelijk.

De drie boxen zijn:

  1. winst uit onderneming, inkomsten uit arbeid, eigen woning, persoonlijke verplichting e.d.;
  2. aanmerkelijk belang;
  3. inkomsten uit vermogen, inclusief tweede eigen woningen (vakantiehuisjes).

De belangheffing in de eerste en tweede box verloopt globaal zoals die ook volgens het huidige systeem verloopt, met - als gezegd - de uitzondering dat verliezen uit de ene box niet zonder meer gecompenseerd kunnen worden met inkomsten uit de andere box. Wel wordt een verhoging van het aanmerkelijk belang tarief overwogen. De belastingheffing in de derde box wijkt radicaal af van het huidig systeem. Voorgesteld wordt de heffing over daadwerkelijke inkomsten uit vermogen, en de aftrek van daadwerkelijke kosten die daarmee samenhangen, te vervangen door een jaarlijkse heffing over een fictief rendement. De hoogte van het fictief rendement zal een percentage zijn van het vermogen dat valt onder de derde box. Gedacht aan een heffing van 30% over een fictief rendement van 4%. Per saldo dus een jaarlijkse heffing van 1,2% over het vermogen dat valt onder de derde box. Onderdeel van de voorstellen in afschaffing van de vermogensbelasting.

De voorgestelde systematiek heeft v貧aande consequenties, zoals:

Andere factoren van het belastingplan 21e eeuw zijn:

Wijzigingen voor 1999

Er ligt een wetsvoorstel om zekere elementen van het belastingplan 21e eeuw al per aanstaande 1 januari in te voeren, met name inzake de beperking van de aftrek van rente op leningenen waarmee beleggingen zijn gekocht. Voorts wordt vaag aangegeven dat het wellicht nodig of wenselijk is om andere elementen van de belastingherziening naar voren te halen in de tijd, om te voorkomen dat ongewenst wordt geanticipeerd op de nieuwe wetgeving. In dit verband wordt wel gehoord dat eerdere afschaffing van aftrek van onderhoudskosten aan beleggingspanden denkbaar is.

De fiscale regeling voor kinderopvang wordt verruimd. In 1999 wordt het percentage van kosten voor kinderopvang van werknemers, welke de werkgevers in mindering mogen brengen op de door hen af te dragen loonbelasting, verhoogd van 20% naar 30%.

Personeel (ook DGA in dienst van eigen BV)

  1. U kunt maximaal fl. 300 per jaar onbelast als feestdagenuitkering uitbetalen, mits deze uitkering geen onderdeel uitmaakt van de arbeidsvoorwaarden.
  2. Doe uw eventuele suppletie aangifte loonbelasting over 1998 vóór 1 april 1999.
- --oOo-- -