Op 1 januari 2001 wordt de BTW verhoogd van 17,5% naar 19%. Voor de ondernemer die recht heeft op aftrek van BTW is het tarief in feite niet relevant: de in rekening gebrachte BTW wordt immer gewoon verrekend. Als u als particulier zaken aanschaft of diensten laat verrichten kan het interessant zijn om de aankopen waar mogelijk naar voren te schuiven. Voor bouwprojecten die in 2000 zijn gestart maar nog niet voor het einde van het jaar zijn afgerond geldt zelfs een speciale regeling. Spreekt u met de aannemer af dat er al bouwtermijnen voor 1 januari 2001 vervallen, dan mag de aannemer die termijnen in rekening brengen tegen 17,5% BTW.
Vanaf 1 januari 2001 wordt het voor werknemers een stuk minder interessant om op een aanbod van de werkgever voor een laagrentende of renteloze lening in te gaan, tenzij de lening wordt gebruikt voor de aankoop van een eigen woning. Wordt de lening voor consumptieve doeleinden aangewend, dan moet de werknemer de besparing ten opzichte van een normale rentende lening gewoon bij zijn inkomen optellen. Dit is het gevolg van de beeindiging per 1 januari 2001 van de aftrekbaarheid van de rente van consumptieve leningen.
In de Wet inkomstenbelasting 2001 is expliciet opgenomen dat onder het begrip "woning" tevens wordt verstaan een duurzaam aan een plaats gebonden woonschip (of een gedeelte daarvan). Aansluiting op het elektriciteitsnet riolering, de waterleiding e.d. kunnen hiertoe een indicatie geven.
Naast een auto van de zaak kent de Belastingdienst ook een fiets van de werkgever. Hiervoor gelden de volgende regels:
In de Veegwet Wet IB 2001 wordt een faciliteit voorgesteld die het mogelijk maakt na het beeindigen van een aanmerkelijkbelang positie resterend aanmerkelijkbelang verlies op tax-creditbasis te verrekenen met de belas ting over het inkomen uit werk en woning (box 1). Hiermee wordt de gesloten structuur van het boxensysteem doorbroken. De achtergrond van deze bepaling is dat een IB ondernemer zijn eventuele verlies bij het staken van zijn onderneming kan verrekenen met de overige inkomstenbronnen binnen box 1 en de aanmerkelijk belanghouder globaal gelijk behandeld dient te worden.